Het vocht uit de kruipruimtebodem verdampt en condenseert op koudere plekken zoals een koudwaterleiding en de koudere funderingsmuren. Na het aanbrengen van de bodemfolie is de bodem als vochtbron afgesloten, waardoor funderingsmuren en koudwaterleidingen opdrogen. Hoe kouder het buiten is, hoe sneller het drogingsproces. De enige vochtbron is nu nog de buitenlucht in de zomer. Warme lucht die in een koelere ruimte komt (kelder of kruipruimte) koelt af waardoor de vochtigheid stijgt. Dit kan ook de koudwaterleiding vochtig maken of een condensfilm op de bodemfolie veroorzaken. Vocht dat door ventilatie met buitenlucht in de kruipruimte komt, wordt echter ook weer door ventilatie afgevoerd, zodra het buiten weer wat kouder is.
Het is onvermijdelijk dat er wel eens water op de bodemfolie komt te staan. Net zo als een kelder in de zomer vochtig is en in de winter droog geldt dit ook voor de kruipkelder. Warme vochtige lucht van buiten koelt af in de relatief koude ruimte. Daarbij stijgt de Relatieve Vochtigheid van de lucht omdat koudere lucht minder vocht kan bevatten. Dit verschijnsel veroorzaakt condensatie tegen andere isolatiemateriaal zoals wol en schuim. In een Tonzon kruipruimte zal deze condensatie plaats vinden op de bodemfolie. Het begint met overdag een waas van condens, die s nachts weer verdwijnt. Houdt de warme periode langer aan en zijn ook de nachten warm dan gaan zich druppels vormen die naar een kuiltje rollen en plasjes vormen. Dit is geen probleem. Vocht dat met ventilatie binnenkomt, zal door ventilatie ook weer verdwijnen.
De bodemfolie is bedoeld om de vochtigheid in de kruipruimte te beperken en dat is met enkele plassen water op het zeil nog steeds het geval.
