Stadsbank Oost Nederland pakt warmtelekken aan

De Stadsbank Oost Nederland is gevestigd in een pand dat door de Rijksgebouwendienst is gebouwd in 1955 voor de buitendienst van de PTT, toenmalig overheidsbedrijf. Aanvankelijk werd het verwarmd met een ketel gestookt op kolen die in de kelder is geplaatst. Voor het transport van het warme water zijn aan de noord en zuidzijde van het gebouw aan de buitenzijde lange gangen gebouwd waarin de transportleidingen lopen. De afmetingen van de doorsnede is globaal 1 breed en 1 meter hoog. Tegenwoordig wordt gestookt met aardgas. De HR-ketel voor het oude gedeelte staat op de 2e verdieping, gedeeltelijk onder het dak. De spouwmuren van het gebouw hebben  een diepte van slechts enkele centimeters zodat spouwmuurisolatie weinig zinvol is. Omdat de meeste radiatoren voor deze slecht geïsoleerde buitenmuren staan, is er een groot warmteverlies ter plaatse van de radiatoren. De ingeschakelde adviseur adviseerde TONZON HR-Radiatorfolie omdat deze onzichtbaar zijn werk doet.

Dat TONZON HR-radiatorfolie onzichtbaar en trefzeker zijn werk doet, is te zien  op nevenstaande combinatiefoto. Met gewone ogen zie je links niet dat er met de radiator iets is gebeurd. Het warmtebeeld rechts laat zien dat de muur achter de radiator niet meer wordt opgewarmd. Klik op de foto om een groter beeld te zien met de temperaturen. voor meer informatie over TONZON HR-Radiatorfolie zie deze webpagina>>.

Bij de nadere inspectie bleek  dat de stookruimte en de ernaast gelegen omkleedruimte buitensporig warm waren. Ook zag het er naar uit dat de CV-buizen in de lange kruipgangen behoorlijk veel warmte verloren. Daarom is besloten om te proberen ook deze warmtelekken aan te pakken.

Aanpak stookruimte

Bij de aanpak van de stookruimte is naast HR-bandagefolie en HR-Radiatorfolie voor het eerst TONZON HR-ketelfolie ingezet.

De daling van de temperatuur in de stookruimte is spectaculair. De bandbreedte is veel geringer en de nieuwe maximum temperatuur is lager dan de oude minimum temperatuur. De temperatuur van de wand naast de ketel is met meer dan 10 graden gedaald. Dat geldt ook voor de binnenkant van de deur. De ruimte naast de stookruimte is niet meer overmatig warm.

Aanpak transportleidingen

Warmtebeeld van een  van de gangen waarin de transportleidingen lopen. Het warmst zijn de stukken verwarmingsbuis die niet zijn geïsoleerd. Maar ook de wel geïsoleerde hoofdleiding is warmer dan de rest en verliest dus warmte aan de kruipgang. Omdat warmtebeelden slechts een momentopname bieden, zijn  temperatuurloggers aangebracht. Een logger voor de luchttemperatuur en een logger voor de wandtemperatuur. De metingen zijn begonnen op 18 november 2017.

meer warmtebeelden die zijn gemaakt tijdens de metingen

 

 

18-11-2017 begin van de nulmeting
23-11 2017 einde nul meting, nu wordt de ontbrekende buisisolatie aangebracht
29-11 2017. 6 dagen na aanbrengen ontbrekende buisisolatie, voor het aanbrengen van de HR-Bandagefolie
4-12 2017. 5 dagen na het aanbrengen van de HR-Bandagefolie
12-12 2017. 13 dagen na het aanbrengen van de HR-bandagefolie

 

Op de foto is te zien dat temperaturen zijn bepaald in het midden van de gang op ongeveer halve hoogte.
Daarvoor is gekozen om de invloed van de convectieve afgifte van de transportleidingen te beperken. Wanneer de meting bovenin de kruipgang zou zijn gedaan, waren de effecten op de luchttemperatuur veel groter en spectaculairder. Des al niettemin is het effect van de maatregelen goed te zien.

De piek op maandag 20 november (dus voordat maatregelen zijn getroffen) in de luchttemperatuur wordt veroorzaakt door  extra warmtebehoeft doordat het gebouw na een relatief koud weekend weer op temperatuur moest worden gebracht. Dit effect zien we ook bij andere gebouwen. Het aanbrengen van buisisolatie op de onbedekte stukken leiding heeft duidelijk effect . Het aanbrengen van de HR-bandagefolie om alle buizen brengt nog een verdere verbetering.

De 1e conclusie is dat de aanvoerleiding onderweg nu minder warmte verliest. In principe zou daardoor de invoertemperatuur verlaagd kunnen worden om het CV-water toch op dezelfde temperatuur in de radiatoren te krijgen als voorheen. Omdat de retourleiding onderweg ook minder warmte verliest en de radiatoren niet meer afstralen naar de buitenmuren, komt het retourwater warmer terug. Dat betekent dat de ketel een geringere ΔT hoeft te overbruggen om het water weer op de gewenste temperatuur in het systeem te krijgen.