Energieverbruik nieuwe woningen hoger door slechte ventilatie

Slechte ventilatie bij nieuwe woningen 

Dubieuze regelgeving in het Bouwbesluit

Wanneer je in een nieuwe woning  het luik bij de voordeur opentrekt dan kijk je meestal in een vies vochtig gat dat we kruipruimte noemen. Buitenlanders kijken met verbazing naar deze bouwwijze maar hier in Nederland vinden we dat (nog) volstrekt normaal. Toch is deze bouwwijze niet meer van deze tijd simpelweg omdat het onnodig energie kost en we juist naar energieneutraal toe willen.

Het is onmogelijk de huidige begane grondvloer 100% luchtdicht te krijgen. Daardoor komt een deel van de buitenlucht waarmee de woning wordt geventileerd via de kruipruimte de woning binnen. Deze lucht voert vocht mee dat in de kruipruimte is opgenomen. Het gaat hier globaal om enkele liters water per dag. We merken dit niet op omdat het water in dampvorm wordt meegevoerd en dat is reukloos. Het vocht dat (onnodig) uit de kruipruimte wordt aangevoerd, moet door ventilatie echter weer worden afgevoerd en dat kost extra energie. Omdat er bovendien continu vocht wordt aangevoerd, moeten we ook continu lucht afvoeren om accumulatie van vocht te voorkomen en continu ventileren kost ook onnodig extra energie.

Slimmer ventileren.
Wanneer we geen vocht uit de kruipruimte zouden aanvoeren dan kunnen we veel slimmer ventileren. We besparen dan energie zonder dat het iets kost. We hoeven immers alleen nog maar het vocht dat we zelf produceren af te voeren en daar zijn we zelf bij. Is er niemand in de kamer, dan hoeft het raampje daar niet open te zijn. Na het luchten kan het raampje in de slaapkamer dicht wanneer daar niemand meer is etc.

De afkoeling door de vloer zorgt voor een koude vochtige zone onderin de woning

Schimmel en huisstofmijt
Overigens leidt het vocht uit de kruipruimte bij nieuwe huizen niet direct tot schimmelproblemen. Voor schimmelvorming zijn oppervlakken nodig met een relatief lage temperatuur en die heb je bij nieuwe woningen niet of nauwelijks. De vloeren worden tegenwoordig redelijk (maar nog niet optimaal) geïsoleerd en vaak is er vloerverwarming.  Dat is bij bestaande woningen wel anders. Daar heerst vaak een koude zone onderin de woning omdat de vloer niet of onvoldoende geïsoleerd. Door de lagere temperatuur onderin de woning is de RV (Relatieve Vochtigheid) van de lucht in deze zone hoger waardoor schimmels en huisstofmijten wel een kans krijgen.

Dubieuze regelgeving in het Bouwbesluit.
Het Bouwbesluit is gebaseerd op het beginsel dat er een eis wordt gesteld aan het doel dat gehaald moet worden. Hoe dat doel wordt gehaald, wordt aan de markt overgelaten. Voorbeeld: de overheid wil niet dat er regen via het dak de woning binnenkomt. Dus moet het dak water dicht zijn. De bouwers mogen zelf kiezen of ze dat doen met pannen, riet, mastiek, EPDM etc zolang het dak maar waterdicht is.
Bij de wering van het vocht uit de bodem wijkt het Bouwbesluit af van dit principe. De eis wordt niet gesteld aan het doel dat men wil halen (het beperken van de hoeveelheid vocht) maar aan een van de middelen om het doel te halen namelijk het beperken van de hoeveelheid lucht die de woning via de kruipruimte mag binnenkomen. Wanneer aan deze eis wordt voldaan dan blijft de toevoer van vocht uit de kruipruimtebodem onder standaard condities beperkt tot 1,3 liter per dag. Deze hoeveelheid werd destijds (1993) nog acceptabel gevonden. Dit vocht kunnen/moeten de bewoners maar weg ventileren. Uit een onderzoek dat aan de Kamer is gerapporteerd, blijkt dat 30% van de nieuwe woningen bij oplevering al niet aan deze norm voldoet. Daar komt dus nog meer vocht per dag de woning binnen. Toch is de norm nooit aangepast.  Intussen wordt de schil van de woning steeds luchtdichter gemaakt en wordt door allerlei apparaten de onderdruk van de woning t.o.v. de kruipruimte opgevoerd waardoor harder aan de kruipruimte wordt gezogen.

Hoe had het gemoeten?
Wanneer per dag 1,3 liter vocht uit de kruipruimte acceptabel is, dan had dat de eis moeten en kunnen zijn. Een dergelijke eis is bovendien makkelijker en veel goedkoper te controleren dan de huidige luchtdoorlaatbaarheidseis. Dat destijds is afgeweken van het uitgangspunt van het Bouwbesluit is op zijn minst opmerkelijk. Dat is te ‘danken’ aan een Rijksambtenaar die later wegens machtsmisbruik op andere terreinen aan de kant is gezet. Hij vormde een commissie samen met een vertegenwoordiger van de cementindustrie en een vertegenwoordiger van de betonindustrie. Gedrieën besloten ze de norm zo te leggen dat de niet-circulaire beton vloer hier zonder veel extra moeite aan zou kunnen voldoen maar de circulaire houten vloer niet. In de Nederlandse Praktijkrichtlijn is zelfs een bepaling opgenomen dat houten vloeren zo moeilijk aan de luchtdoorlaatbaarheidseis kan voldoen dat ze allemaal individueel getest moeten worden.
Wanneer de eis zou zijn gesteld dat er net als bij het dak helemaal geen vocht uit de kruipruimtebodem de woning mag binnenkomen dan had de houten vloer daar met gemak aan kunnen voldoen en zou een standaard betonvloer slechts iets duurder zijn geworden.

Dubieuze regeling in Bouwbesluit discrimineert de circulaire houten begane grondvloer ten gunste van de niet-circulaire energieverslindende beton vloer. 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *